SiteObject components: item

 

Prins Hendrikzanddijk

Kustverdediging op de grens van polder en wad

Opdrachtgever: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
I.s.m.:Jan De Nul Group, Altenburg&Wymenga, Waterproof BV
Planvorming:2016 - 2018
Uitvoering:2018 - 2019
Locatie:Texel, Noord-Holland

 

In opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt de Zeedijk van de Prins Hendrikpolder versterkt door een nieuw duinlandschap aan de zijde van de Waddenzee. Het duinlandschap zorgt voor een veilige waterkering voor de toekomst en geeft een impuls aan het ecosysteem. Het team van de Jan de Nul Group won de aanbesteding op basis van de kwaliteit van haar plan.

Met de Prins Hendrikzanddijk krijgt Texel er 200 hectare nieuwe natuur bij: een zandig, dynamisch gebied dat een impuls geeft aan de natuur van het Waddensysteem.

De nieuwe duinen langs de Prins Hendrikdijk sluiten aan op de bestaande duinen bij de zuidpunt van Texel en gaan geleidelijk over in de Wadden-natuur van schorren, slikken en zandplaten. Het ruimtelijke inrichtingsplan van Prins Hendrikzanddijk geeft veel aandacht aan de natuurlijke uitstraling van de nieuwe duinzone. De hoogte en vorm van de duingebieden in de omgeving waren inspiratie voor de vormgeving van het nieuwe duinlandschap. Tussen drie hoge duinkoppen liggen duinenrijen met kleinere hoogteverschillen en microreliëf. Zichtlijnen naar de Waddenzee blijven behouden en het nieuwe fietspad en voetpad hebben een afwisselend tracé. Vanaf een eigentijds uitkijkpunt, ontworpen door John Körmeling, is het nieuwe landschap volop te beleven.

Plankaart

Duin en wadden

Waterveiligheid en natuurontwikkeling

De Prins Hendrikzanddijk ligt op een dynamische plek in het Waddengebied, op de rand van de diepe Texelstroom. In het plan benutten we de overgang van het systeem van de Noordzee naar het Wad. Vanuit de zuidpunt van Texel worden de duinen de hoek omgezet en ontmoeten daar de Waddennatuur van schorren, slikken en zandplaten. De harde grens van de 19de -eeuwse Prins Hendrikpolder krijgt zo een natuurlijke gradiënt naar de Waddenzee. Het nieuwe duin komt aan de zeezijde van de bestaande dijk te liggen en zorgt voor een veilige waterkering. Het duin wordt daarbij niet hoger dan nodig is vanuit de waterveiligheidseisen. De top van de duinenrij varieert in hoogte tussen 8 – 9.50 meter boven NAP. Vanaf de kruin van de dijk blijft over de duinen heen de Waddenzee zichtbaar.


 
 

Flora en fauna

De inzet van de ons plan is om de overgang van land naar zee laag en vlak te maken en de duinen weelderig en gevarieerd. Het duin krijgt een gevarieerde flora en fauna door veel microreliëf - een geheel van kleine variaties in hoogte van het bodemoppervlak over een korte afstand – en afwisseling in de beplanting. Aan de voet van het duin is extra zand aangebracht voor embryonale duintjes, waar soorten als zeedistel zullen kunnen groeien. Extra zand in de holte tussen de dijk en het duin zorgt voor een zachte en afwisselende overgang tussen dijk en duin. Op twee plekken, bij het bestaande Prins Hendrikgemaal en bij het natuurgebied Ceres zijn er in deze aansluiting met struweel beplante valleien ontworpen. Richels aan de binnenzijde van de strandhaak vormen een broedplaats voor de stern en het visdiefje. In de strandzone bij de uitlaat van het gemaal De Schans wordt geëxperimenteerd met de aanplant van zeegras, dat van oudsher veel voorkwam langs de Wadenkust van Texel, en voedsel vormt voor onder andere de rotgans. Vanuit het naar voren geplaatste uitzichtpunt op het duin kunnen vogelaars deze hele Luwe Zone overzien.


 

Natuurlijk duinen

Tijdens het ontwerpproces is er veel aandacht besteed aan het ontwerpen van ‘natuurlijke’ duinen. De nieuwe duinzone sluit aan bij de natuurlijke kenmerken van hoogte en reliëf van het aangrenzende nollengebied. Naast het zand voor het veiligheidsduin werd extra zand aan het volume van het veiligheidsduin toegevoegd. De overmaat in het duinlichaam maakt het mogelijk om de overgang tussen de bestaande dijk en het duin te ver- zachten en om de duinvoet aan de zeezijde te variëren. Binnen de kaders van de Natuurbeschermingswet

mag er door het zuidelijk deel van het duingebied een fietspad worden aangelegd, en in het noordelijk deel een voetpad. Door de vormgeving van de duinen krijgen deze paden een logisch en toch afwisselend beloop, met gevarieërde doorzichten naar de polder en de Waddenzee. Op drie punten zijn de duinen extra breed en hoog gemaakt. Bij de zuidkant van het nieuwe natuurgebied, bij ‘t Horntje, markeren de hogere koppen van de duinen de entree naar het gebied. Tegenover het Prins Hendrikgemaal is het duin extra breed gemaakt en loopt het fietspad omhoog zodat zicht ontstaat over de Luwe Zone. Bij het natuurgebied de Cerespolder is het duingebied breder en gevarieerder, met een paar duintoppen van 11 meter, als omgeving voor het nieuwe uitzichtpunt voor vogelaars. Door dit deel van het duingebied loopt een wandelpad met een schelpen- verharding, dat toegang geeft tot het uitzichtpunt en aansluit op het wandelpad rond de Cerespolder.

 

 

Strandhaak

Ter hoogte van het Prins Hendrikgemaal buigt vanaf de voet van het duin een hogere zandrug af naar de waterlijn. Deze zandrug, de zogeheten Strandhaak, beschermt de ondiepe Luwe Zone die daarachter ligt. In het ontwerp is ervoor gezorgd dat het zeewater verin de Luwe Zone kan doordringen, tot aan de verlengde uitstroom van het Prins Hendrikgemaal. Het zoute water en het zoete water uit de polder vormen zo samen een brakwatergebied, waar garnalen en stekelbaarsjes voedsel zijn voor de lepelaar. In de Luwe Zone ontstaan in de intergetijden zone slikken en op de hogere plekken schorren, die maar incidenteel overstromen. Het deel van het bestaande schor achter de NIOZ haven dat onder het zand van het nieuwe duin zou verdwijnen, is getransplanteerd naar de Luwe Zone om daar het begin van het nieuwe schorrengebied te vormen.

Ontwerp paviljoen Uitzichtpunt John Körmerling (Foto: Peter Cox)

Uitzichtpunt

De ambitie voor de uitkijkpost ter hoogte van de Luwe Zone was een lichte, sociaal veilige en feestelijke plek, waarmee de Texelaars werkelijk iets bijzonders cadeau kregen. Daarom heeft de aannemer in een vroeg stadium de architect/ beeldhouwer John Körmeling gevraagd het ontwerp voor deze plek te maken. Körmeling heeft een langgerekt elegant paviljoen voor de vogelaars ontworpen dat los voor het duin zweeft en daar tegelijk door een pad van kleischelpen vloeiend en heel toegankelijk mee verbonden is. Het paviljoen heeft een lineaire vorm zodat het zich niet afsluit van de weidse ruimte van het duinlandschap maar zelf ook onderdeel is van de continuïteit van de ruimte. Door het plaatsen van een hoge, golvende transparante wand zijn de bezoekers nauwelijks zichtbaar voor de vogels in de Luwe zone. Door de vooruitgeschoven positie van het paviljoen en het golvende beloop van de wand kan een bezoeker naar alle kanten kijken en zich onderdeel van het landschap voelen.